De Blauwe Tramstraat in het nieuwe wijkje Remise in Haarlem Zuidwest is niet alleen te herkennen aan het straatnaambordje maar ook aan een bijzondere gevelsteen. Tekenaar Toon van Driel maakte het ontwerp, Koen van Velzen was de beeldhouwer van de steen die gistermiddag door Martin Busker en wethouder Jeroen van Spijk werd onthuld. Ook de andere negen straaten ten van deze buurt krijgen een stripsteen.

Acht van de tien straatnamen en dus ook gevelstenen verwijzen naar het verleden van deze plek in Haarlem-Zuidwest. Tussen 1899 en 2015 zat hier de werkplaats van achtereenvolgens de Eerste Nederlandse Electrische Tram-Maatschappij (ENET), de NZH en Connexxion.

De straatnamen houden de herinnering aan illustere bussen en trams in ere, zoals de Bolramerstraat, de Leylandstraat, Blauwe Tramstraat of het Remiseplantsoen. Ook de aangrenzende, al bestaande Boogstraat en Leidsevaart krijgen een gevelsteen, omdat er langs deze twee straten eveneens nieuwbouwwoningen van Remise zijn verrezen. Deze twee stenen kennen een afwijkend ontwerp. Stripstad Wat Martin Busker, stripliefhebber en projectleider bij de Stichting Geveltekens Vereniging Haerlem, betreft krijgen meer straten in Haarlem dergelijke in steen gehouwen herkenningstekens. Dat maakt volgens hem een stad juist bijzonder. ,,Kijk naar Amsterdam-Zuid, daar zie je veel kunst en beeldhouwwerken in het straatbeeld. Dat maakt het zo machtig interessant. ’’ Bij het nieuwe wijkje Scheepmakerskwartier is het hem niet gelukt, de ontwikkelaar wilde niet meewerken. Hoorne Vastgoed, ontwikkelaar van Remise, had er wel oren naar. Busker: ,,Deze ontwikkelaar vond het een fantastisch idee. ’’

Illustere bussen en trams leven voort in steen

Met de stripstenen wil Busker Haarlem als stripstad op de kaart zetten. ,,De stad krijgt er opeens tien stripstenen bij. Prachtig toch! Het zou leuk zijn als bewoners van Remise op hun eigen huis ook nog een gevelsteen van een striptekenaar laten aanbrengen. Die vorm van wijkkunst geeft een wijk iets extra’s, daar til je een wijk mee op. Eigenlijk kun je elke gevelsteen zien als een soort strip, want ze vertellen een verhaaltje. Ze werden gemaakt in tijden dat bijna niemand kon lezen.’’ Alle tien stenen zijn nu al klaar. Over het eindresultaat is Busker meer dan tevreden. ,,Het is super geworden, echt. Ik kan niet zeggen welke van de tien ik het mooiste vind. Het is allemaal humor van de bovenste plank. De steen van Gerrie Hondius voor de Bijwagenstraat is zo simpel, zo goed. Op de steen voor de Bolramerstraat komt de bolling van de busramen fantastisch uit, en niet alleen van de ramen, dat maakt die steen juist zo leuk. De steen van de Crossleystraat heeft een mooie dieptewerking. Dat geldt helemaal voor de steen van het Remiseplantsoen, want die steen is dikker dan de andere, geen twaalf maar achttien centimeter dik. De stripheld Bunbun stapt daardoor echt uit de steen. Al dat hakwerk vraagt een enorm vakmanschap. ’’ De Blauwe Tram staat op een ijsschots in het water, daarmee legt tekenaar Toon van Driel ook een

Tien gevelstenen ontworpen door striptekenaars

link naar de smeltende poolkap. Theo van den Boogaard heeft twee stenen getekend, een met een spelende jonge Sjef van Oekel voor de Ceintuurbaan en een met de oude Van Oekel voor de Leylandstraat. Busker: ,,En Joost Swarte laat de Brockwaybus in de gelijknamige straat langs de bollenvelden rijden, want die lagen hier ooit.’’ Ambacht Op de stenen van de Boogstraat en Leidsevaart is geen bus of tram te vinden. Tekenaar Roel Smit is zo vrij geweest om zichzelf af te beelden op de steen van de Boogstraat, met een boog waarop geen pijl ligt maar een potlood. Het ontwerp van Schwantz voor de Leidsevaart laat een bootje op dit verbindingswater tussen Haarlem en Leiden zien gevuld met zijn stripfiguren en hij heeft de stadswapens van beide steden samengevoegd tot een nieuw wapenschild.

Martin Busker wil met zijn initiatief nog iets bereiken. ,,Ik wil hiermee het ambacht van beeldhouwer steunen. Hier hebben steenhouwers aan meegedaan die hun vak verstaan. Ik heb ze ook verplicht hun naam op de steen te vermelden, dat moet voor de toekomst worden vastgelegd. Het is zo’n belangrijk vak, het 3D-printen is in opmars, daar kun je straks bijna alles mee maken. De steenhouwer mag daardoor geen uitstervend beroep worden. Dat zou doodzonde zijn. ’’